Eerste Kamer: Speeches
Bijdrage aan het debat wetenschapsbeleid; kenniseconomie en ICT
Eerste Kamer, 27 januari 2004
Voorzitter,
Het doet de PvdA fractie plezier dat we 3 bewindspersonen achter de tafel hebben.
Regeren is multidisciplinair teamwerk.
Het lijkt -net als Innovatie- dus meer op Rugby dan op Golf.
We gaan het vandaag hebben over de Kenniseconomie.
Het gaat ons daarbij niet alleen om de kenniseconomie, maar ook -en veel meer- om de kennissamenleving.
Het kennisdebat heeft voor ons dus een breder perspectief.
Voorzitter, eerst die Innovatiecrisis maar eens onder de loep.
Het schijnt dat Gerard Kleisterlee wel eens droomt.
Zo droomde hij dat hij het privilege had dat hij 3 vragen aan God mocht stellen.
Hij pakte die kans met beide handen aan.
En vroeg wat in 2020 het economische centrum van de wereld is.
En OLH zei: 'dat vind ik geen slimme vraag. Want je weet het antwoord zelf. Natuurlijk is dat Azië. Veel mensen, goede opleidingen, een grote markt.
Volgende vraag ?'
Wat gebeurt er dan met de USA, ons lichtende voorbeeld?
Dat, zei OLH, 'wordt weer een graanschuur'.
De heer Kleisterlee woelde zich nog eens om en vroeg: en Europa dan?
'Dat wordt een openluchtmuseum', zei OLH.
En toen werd de heer Kleisterlee zweterig wakker…
Zou hij die dag de PM gebeld hebben?
En was dit dan voor of na de EU top in Lissabon?
We zullen wel nooit weten of dit de achtergrond is van ons Innovatieplatform.
De PvdA wil niet dat NL een openluchtmuseum wordt.
Dus zijn we blij met dat Platform.
Wij verwachten er iets van.
Maar we willen er hier ook wel iets over kwijt.
Ten eerste de samenstelling.
Daarmee geeft U aan wat wie U als aanjagers van de Innovatie ziet.
Veel ingenieurs en veel bèta.
Geen psychologen, sociologen of antropologen.
Veel grootbedrijf , weinig MKB.
Veel managers, weinig ondernemers.
Zit de oplossing voor ons probleem dan bij dat grootbedrijf? Bij de bèta's dan wel te verstaan?
Hoe zit het dan met de kenniscirculatie in MKB? En bij de diensten?
Hoe borgen wij bv de broodnodige Innovatie in de Zorg? 'Knarsende schakels' is de veelzeggende titel van een advies van de Raad voor Gezondheidsonderzoek.
En zo kunnen wij nog wel meer gebieden noemen waarop Innovatie nodig is.
Hoe bewaakt de regering de verbinding tussen de technologen en die andere terreinen?
Wat is Uw olie voor die Knarsende Schakels?
We kennen inmiddels de oogkleppen van technici, en de noodzaak van ontkokering: met antropologen en psychologen aan tafel zou de industrie minder slecht scorende 'leuke technische dingen' maken.
'Onproductieve' R en D investeringen moeten voorkomen worden.
(Zou verkokering misschien de echte 'dutch disease' zijn?)
Hoe voorkomt U tegen deze achtergrond dat de Old Boys van het platform zelf verkokerde R en D gaan stimuleren?
Wij permitteren ons ook een zijstap naar de actuele discussie over Corporate Governance.
Is de minister van EZ -na alle crises- niet bang voor risicomijdend gedrag in ondernemingen?
En -iets fundamenteler- is de minister met ons van mening dat het toezicht op de ondernemingen ook een taak heeft bij het borgen van de broodnodige Innovatie?
Had het toezicht eigenlijk niet aan de bel moeten trekken toen de ondernemingen nalieten te investeren in de werkgelegenheid voor de toekomst?
Graag Uw mening.
Voorzitter, in de kenniseconomie moeten we van kennis naar kunde. En van kunde naar kassa.
Dat is de kunst.
Nederland is in het genereren van kennis best goed ….Eigenlijk best goed…
We scoren over het algemeen hoog met de kwaliteit van ons onderzoek.
Maar het toepassen lukt ons minder, en daarmee dan ook nog geld verdienen is ons niet echt gegeven.
We ondernemen kennelijk onvoldoende.
Op zoek naar voorbeelden waar het beter gaat, zijn plots Finland en België in de mode.
Wij hadden graag wat meer diepgang in de analyse gehad.
En wat meer realiteitszin en urgentie.
Waar zijn we als Nederland goed in?
Hoe bouwen we dat uit, hoe bouwen we daarop voort?
Toen Porter in 92 -als ik het wel heb - NL al eens onder de loep nam, kwam Wapeningen Vallei er goed uit.
Nog steeds staat de agro-industrie internationaal op een hoog peil.
Hoe denkt de minister die ervaring te gebruiken?
De hele keten wordt daar bediend, van zaadje tot karbonaadje.
De verschillende opleidingsniveaus werken samen, er wordt fundamenteel zowel als toegepast onderzoek gedaan, en er is veel interactie tussen opleidingen, bedrijven en wetenschap. En het is absoluut high tech.
Wij zouden graag zowel vanuit OCW als vanuit EZ horen hoe dit model gebruikt wordt voor ontwikkelingen elders.
Om de vraag wat toe te spitsen: wij zijn tevreden met een antwoord dat invulling geeft voor een andere sector waarop we recent hoog scoorden in de Porter-achtige analyses: de Media en de Creatieve sector. Ook high tech.
Hoe gaat U daar een Wageningen-achtig succes van maken? Er liggen ruime kansen zeggen de onderzoekers.
Hoe gaan we die kansen benutten?
Hoe het met de Elektronica zal gaan zien we immers wel middels het Innovatieplatform.
Voorzitter, voor ik inga op onze verdere vragen en ambities op onderwijs/en onderzoeksgebied lijkt het me goed nu onze visie te geven op een kennissamenleving.
Ik maak daarbij gebruik van een analyse van de voorzitter van Adviesraad voor Wetenschap en Technologiebeleid, de heer Sistermans.
Hij onderscheidt naast de producerende kennissamenleving, de samenhangende kennissamenleving.
Zoals mijn partijgenoot Cohen dat zo plastisch uit kan drukken: het boeltje een beetje bij elkaar houden.
Kennis moet bijdragen aan de sociaal culturele ontwikkeling.
Ik denk aan publieke dienstverlening, veiligheid, onderwijs, mobiliteit, gezondheidszorg, milieu en criminaliteit.
Bij de innovatiekracht van onze kennissamenleving, voorzitter, hoort diepere kennis over criminaliteit, betere opleidingen voor crimininaliteitsbestrijding, meer wisselwerking tussen producenten van die kennis en de gebruikers ervan.
Die aspecten van de samenhangende kennissamenleving vinden wij bij deze regering niet terug als over Innovatie gesproken wordt.
Een derde aspect benoem ik als de argumenterende kennissamenleving. Dan hebben we het over kennis als middel tot emancipatie, tot verkleinen van afhankelijkheid.
Voorzitter, mijn fractie denkt dat het in het debat over inburgering en immigratie ook gaat om deze argumenterende kennissamenleving.
Kennis als middel om los te komen van de puur emotionele redeneringen, van de onderbuik en van de tegeltjeswijsheden.
Tenslotte voorzitter,
Zou ik de lerende kennissamenleving willen noemen.
Daarbij doel ik niet op kennis als afbeelding van de wereld, maar op kennis als bril waardoor wij de wereld waarnemen.
Wie vooruit wil, doet er goed aan verschillende perspectieven te bezien. Multidisciplinair onderzoek. Ontkokering.
In de kennissamenleving kunnen we niet meer vooruit met de oude lineaire modellen.
De kennissamenleving ziet er niet uit als de asperges van de heer Boonstra.
Onze samenleving lijkt meer op spaghetti.
Na het koken, wel te verstaan.
Uit die mix komen nieuwe ideeën voort. Dat is lastig.
Maar de wereld waarin we leven is nu eenmaal complex.
Heimwee naar een overzichtelijk verleden helpt niet….
Voorzitter, ik neem deze aanloop niet voor niets.
Naar de mening van de PvdA zou de regering in haar aanpak van Wetenschapsbeleid HO/WO, en in haar beleid tav de Kenniseconomie al deze perspectieven in ogenschouw moeten nemen.
Naar onze mening zet de regering echter juist een hele andere toon.
Wetenschap en technologie worden vooral geloofd vanwege hun bijdrage aan de economie. De kennissamenleving van deze regering is vooral een producerende.
En een lineaire.
Van al het andere wordt te weinig vernomen.
Wij begrijpen die prioriteit wel, maar we denken dat het te beperkt is.
Voor duurzame groei hebben we ook een samenhangende samenleving nodig.
Voor duurzame productie en innovatieve mensen en bedrijven, hebben we ook een lerende kennissamenleving nodig.
Diepgang in denken en de competentie om vanuit verschillende perspectieven waar te nemen, en te analyseren. En samen te werken.
En voor een productief debat hebben we een argumenterende kennissamenleving nodig.
Graag horen wij van de bewindspersonen hoe ze onze vrees dat er nogal reductionistisch met kennis wordt omgegaan door het kabinet, weg kunnen nemen.
Voorzitter, wij willen dat ons land zijn partij mee blaast in Europa.
HO en WO hebben daarbij een belangrijke taak.
Goed en degelijk opleiden. Talenten de ruimte geven. Inspireren. Motiveren. Mensen helpen hun passie te ontdekken.
In dat kader is het mijn fractie een gruwel dat zoveel studenten hun opleiding verlaten zonder diploma.
Wij begrijpen niet hoe scherper selecteren aan de poort zal helpen.
Wij zouden juist investeren in betere didactiek en in inzicht in de veranderde leerstijlen van jonge mensen.
In duaal leren en in goede docenten.
We hebben behoefte aan meer goed opgeleide mensen, niet aan minder…
Overigens, wij hebben niet alleen belang bij goed geschoolde twintigers.
Niemand kan zijn hele leven kan blijven teren op een goede initiële opleiding.
Hoe denkt de regering te bereiken dat ook de veertig jarigen hun vak op peil houden? We kennen allemaal de cijfers: er wordt onrustbarend weinig geïnvesteerd in het opleiden van die veertigers.
Hoe gaan we bereiken dat de werkers zich kunnen blijven ontwikkelen?
Is dat een taak van de werkgevers, van het individu?
Wie in het kabinet is eigenlijk verantwoordelijk voor het borgen van dat leren op latere leeftijd?
Voorzitter, ik zou ook wel eens met het kabinet van gedachten willen wisselen over het idee van Educational Security.
Een vangnet dat ons toegang garandeert tot een Leven Lang Leren.
Bij welk departement moet ik eigenlijk zijn om te praten over Educational Security?
Voor zover wij weten maakt het geen onderdeel uit van de Levensloop regeling die in de maak is.
Of hebben we een proefballonnetje gemist…?..
En stel nu eens dat we zouden bereiken dat de werkers zich mobiel op de arbeidsmarkt bewegen met hun competentieportfolio onder hun arm, en hun rugzakje met leerrechten op hun rug.
Wie gaat hen dan helpen die kennis op peil te houden ?
Ziet dit kabinet dat als een taak voor ons regulier HO/WO? Of voor niet reguliere opleiders?
Hoe ziet u trouwens voor die werknemers de verzilvering van Elders Verworven Competenties?
Kun je straks ook een 'vinkje' halen voor iets wat je op je werk geleerd hebt?
En een graad?
Of blijven de HO/WO instellingen ons diplomakartel?
Gaat de NMA zich ook op dit gebied bewegen?
De probleemstelling gaat verder.
Als we zoveel mogelijk mensen op HO/WO met niveau willen zien, hoe stelt U zich dan voor dat MBO opgeleiden zich alsnog 'opscholen' naar HO niveau?
Denkt U dat dit HO dat kan?
Wie gaat dat betalen?
Denkt U niet met ons, dat we weer veel 'verborgen talent' zullen blijken te hebben ten gevolge van de huidige sociaal economische ontwikkelingen?
Voorzitter, onze fractie hecht aan een goed geschoolde bevolking.
Wij zien dit als een noodzakelijke voorwaarde voor de kennissamenleving.
Van het niveau van het individu wil ik nu overstappen naar de HO/WO instellingen.
Kort geleden moesten zij aan de slag met de Bachelors en Masters.
Niet echt een onderwerp waarom ze zelf gevraagd hadden.
Maar ze zijn voortvarend aan het werk.
Er rest wel een aantal vragen.
Zo staat in de wet dat elke Bachelor aan de eigen instelling een Master moet kunnen doen. Naar wij begrepen hebben willen de Technische Universiteiten in hun samenwerkingplannen daar vanaf.
Bent U van plan om dit initiatief tot rationalisering van het aanbod aan bachelors en masters te steunen door deze -en andere- juridische beperkingen waar zij tegenaan lopen, op te ruimen?
Uw antwoord op deze vraag is nog om een andere reden interessant.
Wij praten in deze kamer regelmatig over het gat tussen beleid en uitvoering.
Wij denken dat meer steun moet worden gegeven aan initiatieven van onderop.
Er zijn veel voorbeelden: de Brabantse Medical School, en het Brabants Innovatieplatform. En de plannen van de Biologen voor een andere verdeling van de leerstoelen.
Of aan het initiatief van VNO/NCW: Miniondernemingen, waarin banken en andere bedrijven zich inzetten om scholieren te leren ondernemen.
Waarom is dat type projecten niet bekender, en waarom zijn er bv geen Miniondernemingen in HO/WO?
De PvdA is van mening dat de regering dergelijke initiatieven van onderop moet steunen.
Bij Innovatie gaat het ook om onorthodoxe verbindingen.
Graag zouden wij horen van OCW zowel als van EZ of de huidige beleidsinstrumenten wel toegesneden zijn op dat type bottom up beleid.
Stelt de kennissamenleving geen nieuwe eisen aan beleidsinstrumenten?
Er zijn ook voorstellen voor de manier waarop onderzoeksgeld -de eerste geldstroom- verdeeld zou kunnen worden.
Min of meer naar analogie van de tweede en derde geldstroom.
1.7 miljard besteden wij gezamenlijk in die eerste geldstroom.
Hoe weet U of daar sprake is van voldoende focus en van massa?
Middels welke mechanismen houd U dit extra in de gaten, nu de middelen schaars zijn en de klassieke mechanismen aan kritiek onderhevig?
Kunt U een schets geven van de structuur die U nastreeft?
En ook hoe de Europese dimensie daarin een rol speelt?
In positieve zowel als in negatieve zin.
Hebben wij goed begrepen dat de Wet wetenschappelijk onderzoek geneesmiddelen onze kansrijke Biostarters wel eens om zeep zou kunnen helpen?
Hoe zit de samenhang in het Rugby team in onze regering?
Voorzitter, wij hebben nog een paar snoepjes voor het eind bewaard.
Naar de mening van de PvdA zijn toppen toeval, als ze niet rusten op een brede basis. In de beroepskolom wordt die brede basis gevormd door het VMBO en MBO.
Bij de begrotingsbehandeling van Onderwijs zullen wij daar dieper op ingaan.
In ons denken is er wel degelijk een lijn naar de discussie van vandaag.
Zonder doeners heb je geen denkers nodig.
Beleidsmedewerkers repareren geen cv ketels.
En om hogere toppen te krijgen zal de basis als geheel omhoog moeten.
Verder vragen wij ons vaak af welke windmolens deze staatssecretaris bestrijdt als zij spreekt over gelijkheidssluiers.
Laat duidelijk zijn dat wij niets tegen verschillen hebben.
Wij zien graag diversiteit.
Wij eisen wel dat iedereen toegang heeft tot -goed- onderwijs.
Zo zullen wij kijken naar elke discussie over collegegeld.
Toetsing aan toegankelijkheid en aan de mate waarin de maatregel bijdraagt aan goede en relevante scholing van velen.
Dan hangt er ook nog een punt t.a.v. de zgn. Topmasters in deze kamer.
Wij wachten op rapportage daarover.
Wij werken wel aan een visie, en daar willen wij nu wel al wat over zeggen.
Voor de Masters is onze redenering analoog aan die over collegegeld.
Wij willen wel aan de orde stellen dat naar onze mening een (Top)master niet perse meteen hoeft te volgen op de Bachelor opleiding.
De praktijk leert, dat veel mensen na een paar jaar werken, veel beter weten wat ze willen. En graag dan alsnog een Master doen.
Tegen die achtergrond zullen wij de bekostiging van de Masters beoordelen.
Het gaat ons dus om meer, dan om de bekostiging in die discussie.
Voorzitter,
hoezeer wij ook genoten van Het Bureau van Voskuil, wij zien niet uit naar wonen in een Openluchtmuseum.
We horen dus vandaag graag hoe de regering de in Lissabon afgesproken ambities voor 2010, toch nog waar denkt te maken.
Terug naar overzicht speeches
|