Eerste Kamer: PublicatiesEen gemiste voorkeursstem
Het is campagne voor de Provincie. De partij gaat de
straat weer op, en ik ga mee.We trekken het winkelcentrum Overvecht
in. En spreken mensen aan over de komende verkiezingen."Alweer?", "We
zijn toch net geweest?"En dan proberen we uit te leggen waarover het
op 11 maart gaat. Niet altijd zo gemakkelijk, want in de stad leeft de
Provincie niet echt. En de lijstrekker die op de folder staat lijkt
ook niet op Wouter Bos, zo constateren de winkelende mensen.
Klik
hier voor de volledige column
Terug van weg geweest
Interessant om na 2 jaar weer terug te zijn. De
bezetting is niet echt fundamenteel veranderd. Een mix van mensen die
vooral "ex"iets zijn, met mensen die meer midden in hun werkzame leven
staan. Veel seniore witte dames en heren. Niet echt een afspiegeling
van de straten in onze grote steden. Wel relatief veel
vrouwen. Volgens cynici overigens het teken dat de politiek niet echt
hoog in maatschappelijk aanzien staat.
Klik hier voor de volledige column
Gedichtenbundel
Aan het eind van Eerste Kamer zittingen is de gewoonte ontwikkeld
om af te sluiten met een gedicht. Recent zijn al deze gedichten
gebundeld. Deze bundel ' waarom wordt in de senaat niets gedaan?' is
voor te koop in diverse boekhandels.
ISBN 90-5850-044-6
"Ons Haagse werk vindt plaats op een historische
plek. Als we daar bij stilstaan gaat het altijd om 'grote'
geschiedenis. Veel minder om de kleine dingen die daar ook plaats
vonden al die jaren, en die samen misschien wel belangrijker zijn,
maar moeilijker te vatten. Het beeld dat Rodenko oproept komt daar
voor mij wel dichter bij. De plek die wakker wordt in de ochtend. Een
stad heeft ook veel geluiden. Nu andere dan vroeger. En ook de ramen
zijn een essentieel onderdeel van het beeld voor mij. Aan de andere
kant van het water, gezien vanuit de vergaderzaal. En als ik aan de
andere kant langs de vergaderzaal kom, ben ik altijd het gebouw aan
het indelen naar de activiteiten die zich afspelen achter de
verschillende ramen. Dat de gemeente elk jaar iets met het water doet,
vind ik leuk. Je ziet dan telkens een verrassende visie van de
kunstenaars die aan het werk mochten. Andere ogen. Die je dan even
leent."
Legende
(Hofvijver)
Het donker wiegelt. Uit de langspeelplaat
van de Hofvijver weken zich de eerste
nog trage daggeluiden los. Er is een
staag gezoem, een onderaards rumoeren:
reeds zingt het zonnewater in de koperen
ketels van de nacht.
- Mussen sissen in een schel
gefluit van klaksons en sirenes stijgt
de dag in stoom- na stoomwolk op. Nu rijzen
façades grijs en legendarisch uit
hun as en staan ineens met raam naast raam
het heden vast te leggen in de staal-
gravures van 't verleden.
- De vijverplaat speelt een muziekje van
Rameau. Gebaarde mannen, meeuwen, autoos
haasten voorbij als schimmen, maar
de vrouwen zitten wijs en hiëratisch
te zitten, te luisteren. Statig en waakzaam, haar ogen
groot, babylonisch: serene priesteressen van
de oude vijver waaruit elke dag
Den Haag opnieuw geboren wordt.
"De keuze van het volgende gedicht is dubbelzinnig, vooral in relatie
tot het werk in de kamer. De raadselachtigheid van het gedicht komt
aardig overeen met sommige bijdragen van kamerleden. Ik kan me
voorstellen dat niet ingevoerde luisteraars ons gepraat daar zo
ervaren zoals ik dat gedicht: het heeft iets magisch en
aantrekkelijks, maar tegelijkertijd vraag je je af wat hij er nu
eigenlijk precies mee bedoelt. Tegelijkertijd zou ik als kamerlid
willen dat we daar collega's hadden met dit taalvermogen. Want het
sfeer oproepen met taal is voor de meeste van ons meer dan een brug te
ver. We blijven meestal hangen in het voorlezen van voorwrocht en
tamelijk onhelder proza. En bovendien kan maar een enkeling van ons
echt goed voorlezen. Maar gelukkig is de vreugde van Engelman
vlinderlicht. Lichter dan mijn overpeinzingen."
Vera Janacopoulus
Cantilene
Ambrosia, wat vloeit mij aan?
Uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen
de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen
o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen
violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen
|