" Ik heb nog nooit een man ontmoet die zo onwetend was dat ik niets meer van hem kon leren. "
(Natuurkundige Galileo Galilei, 1564-1642)

Trude Maas-De Brouwer
Trude.nl
 ToezichtTalent Onderwijs Eerste KamerOndernemen ICTAan het woord |

Visie | Concreet | Publicaties | Aan het woord

‘Nooit meer een taskforce Risseeuw...’

Trude Maas, een van de topvrouwen uit het bedrijfsleven, is niet somber over het imago van de ICT­branche. Al groeien de bomen nu even niet tot in de hemel, de branche heeft nog steeds veel om trots op te zijn, vindt ze. Maas vervulde een aantal directiefuncties bij BSO/Origin en is nu president van de HayVision Society. Daarnaast zit ze voor de PvdA in de Eerste Kamer en heeft ze een groot aantal commissariaten, waaronder bij ABN/Amro en Schiphol NV. Ook is ze voorzitter van de Bernard van Leer Foundation. Een gesprek met een potentiële kandidaat voor een ministerspost.

De toekomstscenario´s waren alarmerend, eind vorige eeuw. Eurocommissaris Bangemann voorspelde eind 1998 tijdens de Eurotop in Wenen, dat er ‘over vijf jaar´ tussen de 4 en 6 miljoen ICT­vacatures in Europa zouden zijn. Dat zou een ernstige bedreiging vormen voor de economische groei, waarschuwde hij. In Nederland pleitte de ICT­branche al geruime tijd voor een nationale aanpak. Er moest iets gebeuren om in de groeiende behoefte aan geschoolde ICT´ers te voorzien. Het leidde tot instelling van de ‘Taskforce Risseeuw´. Onder aanvoering van oud Getronics­topman Risseeuw legde de taskforce in korte tijd een aantal blauwdrukken op tafel over opleidingstrajecten en het imago van de branche. Desondanks zegt Trude Maas: "Nooit meer een Taskforce Risseeuw. Die taskforce heeft veel in beweging gezet. We kijken beslist tevreden achterom, maar mijn bezwaar tegen het instellen van zo´n werkgroep is dat het gebaseerd is op het idee van de maakbare samenleving. Het heeft veel weg van het maakbaarheidsdenken dat we uit het voormalige Oost­Europa kennen. Maar je kunt behoeften nu eenmaal niet plannen. Als dat ergens duidelijk is geworden dan is het wel in de ICT­ branche. De realiteit van nu ligt ver van de verwachtingen van eind vorige eeuw."
Sikkeneurig over die niet uitgekomen verwachtingen is Maas niet. "De ervaring van de taskforce kunnen we wel degelijk gebruiken. We hebben bijvoorbeeld geleerd dat er geen ICT­ opleidingen op MBO­niveau waren terwijl er in de sector wel een grote behoefte aan ‘handen´ was. Het MBO heeft een forse slag gemaakt. Er is nu een kwaliteitsstructuur voor ICT­opleidingen waar andere branches jaloers op zijn en waar met name het MKB, de motor van onze economie, van profiteert. Dat was zonder de taskforce niet gebeurd."
Ondanks de positieve ontwikkelingen in het MBO is het belangrijkste inzicht dat de taskforce voor Maas heeft opgeleverd dat onderwijs en bedrijfsleven beter met elkaar moeten samenwerken. "De afstand is nu veel te groot. Dan ben je steeds achteraf aan het repareren. Terwijl je juist een ‘early warning´­systeem moet hebben. Dat geldt overigens niet alleen voor de ICT­branche, maar voor bijna alle sectoren. Je ziet dat onderwijsinstellingen eindeloos differentiëren. Daar wordt enorm veel energie in gestoken. Alleen maar om meer instroom te krijgen, want zo worden de instellingen bekostigd. Binnen HBO­instellingen heb je twintig tot dertig verschillende richtingen. Maar of het bedrijfsleven nu echt op de hoge mate van specialisatie zit te wachten? Haal nu eens alle franje eraf en zorg voor degelijke brede basis."
Voor Maas is de nieuwe bachelor­master­structuur die nu wordt opgezet een goede aanleiding om meteen de bezem door het brede aanbod van HBO­opleidingen te halen. "Zorg dat er een beperkt aantal brede bachelor­richtingen komt, die mensen een stevige theoretische basis geeft en zorg dat opleidingsinstellingen en bedrijfsleven samen voor ‘leer/werkplekken´ zorgen. Dan kun je snel schakelen. En waar nodig specialiseren."
De vraag is of zo´n plan, als het al van de grond komt, bij het bedrijfsleven een gewillig oor zal vinden. In de ICT­branche staan momenteel alle seinen op rood en worden op grote schaal mensen ontslagen. Niet het meest ideale moment om aan te kloppen met de vraag om ‘leer/werkplekken´. Toch vindt Maas dat de branche daar serieus naar moet kijken. "De bedrijvigheid in ICT zal niet ineens afnemen. Er blijven mensen nodig, en als de markt weer aantrekt stijgt ook de vraag naar goed opgeleide mensen weer. Wil je de varkenscyclus doorbreken dan moet je als branche bereid zijn serieus naar een oplossing te zoeken."
Die bereidheid lijkt ver te zoeken. ICT­bedrijven schrappen niet alleen op grote schaal banen, er wordt ook flink gesneden in de opleidingsbudgetten van bedrijven. "Dat is heel stom! Ander woorden heb ik er niet voor. Je zou van je huisarts toch ook niet accepteren dat hij niet meer bijschoolde?"
Het imago van de ICT­sector krijgt met dit soort maatregelen hoe dan ook een forse knauw. Bij de eerste economische tegenwind blijft er van het walhalla van arbeidsvoorwaarden weinig over, zo lijkt het, maar Maas nuanceert dat. "Er vindt een kwaliteitsslag plaats. We hebben een periode van kippendrift achter de rug waarin een aantal bedrijven voor het snelle geld is gegaan. Je kon half gekwalificeerde mensen tegen een hoog tarief wegzetten en alle verdienste als winst opvoeren, zonder in opleidingen te investeren. Die bedrijven komen nu van een koude kermis thuis. Maar zo is het niet overal gegaan. De ICT­sector moet oppassen dat hij z´n licht niet te veel onder de korenmaat stelt, want de branche heeft op het terrein van arbeidsvoorwaarden genoeg om trots op te zijn. Bijvoorbeeld het opstellen van competentieprofielen, dat is verder ontwikkeld dan waar ook. Veel automatiseringsbedrijven werken met persoonlijke ontwikkelingsplannen, dat zie je elders veel minder. Ook het idee van een ‘leven lang leren´ is nergens zo goed doorgedrongen als in de ICT­sector. Dat zou men beter voor het voetlicht kunnen brengen. Men moet veel meer aan de eigen marketing doen."
Of de sector zelf in de eigen marketing gelooft, is twijfelachtig. De ICT­branche staat aan de vooravond van CAO­onderhandelingen in een periode waarin de vooruitzichten nog somberder zijn dan vorig jaar. Toen werd de salarisontwikkeling bevroren en stonden de secundaire arbeidsvoorwaarden onder druk. Dat zijn geen signalen om mensen te lokken.
"Bij CAO­onderhandelingen draait het om een machtsbalans. De sterkste wint. De werknemers zijn een aantal jaren ‘de baas´ geweest en kregen op veel punten hun zin. Nu staan de werkgevers weer sterker en dan is de verleiding groot om ‘verloren terrein´ weer terug te pakken. Het is te hopen dat men op dat punt verstandig is en voor kwaliteit kiest. Bijvoorbeeld voor het permanent ontwikkelen van de eigen mensen."
Bij haar pleidooi voor kwaliteit merkt Maas op dat de Nederlandse ICT­sector een bredere basis moet krijgen. "Het is te eenzijdig een detacheringsmarkt. Het gaat allemaal over het organiseren van de mobiliteit. Daar zijn we goed in. Maar we hebben te weinig bedrijven die iets maken, die software ontwikkelen. Baan was zo´n bedrijf. Als we mondiaal wat willen betekenen op ICT­gebied dan moeten we het intellectueel eigendom van producten krijgen."
De kans dat zulke bedrijven er komen is klein. Er is, zowel in ons land als wereldwijd, nauwelijks risicokapitaal voor ICT beschikbaar. Maas vindt dat jammer. "Vijf jaar terug was er de romantiek van de 21­jarige die op z´n zolderkamer fantastische dingen bouwde. Er kwamen initiatieven als Twinning. Dat bracht een sfeer van innovatie en ontwikkeling tot stand. Dat moet blijven gebeuren. Is het niet bij ondernemende starters dan moet het bij bedrijven worden gerealiseerd. Daar moeten innovatieve ideeën boven komen die mogelijk als een soort ‘spin out´ een nieuw bedrijf worden."
In het verlengde van dit pleidooi wijst Maas op de verantwoordelijkheid van de raad van commissarissen bij bedrijven. "Zij moeten de innovatie­agenda in de gaten hebben. Maar ik weet dat daar doorgaans weinig aandacht voor is."
Dat is anders met de vraag om aandacht van de politiek. De ICT­branche poogt voortdurend automatisering op de agenda van de regering te krijgen. Niet zonder succes. In het vorige kabinet was er zelfs een coördinerend minister voor ICT­aangelegenheden. Maar het lijkt een opleving van korte duur te zijn geweest. Tijdens de laatste twee Kamerverkiezingen speelde ICT nauwelijks een rol. Hoe erg is dat eigenlijk?
"De bemoeienis van de politiek heeft de sector zeker geholpen. Er kijken nu meer vreemde ogen mee dan voorheen. Men praat in de Kamer over ‘open source´ en lijkt ook nog te begrijpen wat daar het belang van is. Maar pas op met die overheidsaandacht voor ICT. Het enige wat aan ICT belangrijk is is de toepassing. Daar gaat het allemaal om, daar moet de aandacht op gericht zijn. Dan moeten niet te veel mensen zich met het gereedschap bemoeien."

Wijnand Westerveld

 

 

>> (Terug naar) overzicht publicaties