Speech Trude Maas-de Brouwer bij VSNU 16 april 2003
Dames en Heren!
Gisteravond had ik mijn speech klaar: een deftig verhaal met analyses en aanbevelingen.
Maar ik keek toch nog maar even op internet of ik misschien iets vergeten was.
Ik tikte het trefwoord “kennisoverdracht” in op mijn zoekmachine.
“Zoeken op Nederlandse pagina’s”.
Resultaat: 16.000 hits! En, stond erbij, “zoekbewerking duurde 0,1 seconde”.
Kennelijk is het geen enkel probleem om over het onderwerp van vandaag in no time een eindeloze waterval van teksten te krijgen.
Want wat ís er al veel gezegd over dit onderwerp!
Ik heb er weinig behoefte aan om in die woordenbrij hitje nummer 16.001 te worden. Daarom verscheurde ik gisteravond mijn speech en ga ik u nu iets
anders vertellen.
Dames en heren,
We moeten ophouden met elkaar te vertellen hoe het allemaal beter zou kunnen gaan met de kenniseconomie van Nederland.
We moeten het nu onderhand maar eens gaan dóen!
We moeten ophouden met analyseren, delibereren, confereren, committeren, en congresseren.
Omdat er al genoeg ideeën en oplossingen zijn voor wat al is aangeduid als de “Dutch knowledge disease”: de chronische en verlammende
mismatch tussen onderwijs en bedrijfsleven, en ons gebrek aan innovatiekracht.
Maar ja, u bent hier nu eenmaal allemaal.
Dus zal ik maar zeggen: we moeten mórgen ophouden met confereren en
congresseren….
We moeten - na vandaag - de hand maar eens aan de ploeg slaan!
Goed, maar wat moet er dan gedaan worden?
Eerst het onderwijs.
Ik ben hier uitgenodigd door de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten.
Maar die kan zich misschien beter de Vereniging van NIET-samenwerkende universiteiten noemen.
Er is veel te veel ruzie en naijver tussen de universiteiten. En dat is dan alleen nog maar wat ik als geïnteresseerde leek van buitenaf waarneem…
In plaats van daadkracht zien we hooguit platgestreken compromissen.
Veel te vaak hobbelen de universiteiten achter de feiten aan, en dan vaak nog als alle andere betrokkenen hun het gras al voor de voeten hebben weggemaaid.
Conclusie: op die manier hoeven we van de universitéiten de hoognodige innovatie echt niet te verwachten.
Dus, onderwijs, hak nou onderhand eens wat knopen door!
Kom eens met afdoende voorstellen voor het verhelderen dan wel afschaffen van dat rare binaire stelsel van hogescholen en universiteiten. In het buitenland
krijgen we dat echt niet uitgelegd. En het is ook treurig om te zien
dat het spiksplinternieuwe Nationaal Accreditatie Orgaan alleen al om
die reden veel dubbel werk moet doen. Verspilling van veel energie en
geld.
En een gotspe als je bedenkt dat we in het kader van Bologna ook nog eens min of meer met een Aleingang bezig zijn.
Of gaan we Finland navolgen en de zaak opnieuw uitvinden en beter inregelen? Kan ook, maar een slepende discussie is zonde van de tijd.
Mijn tweede suggestie aan het hoger onderwijs is:
doe eens wat aan die hoge uitvalpercentages van studenten.
Hoe? Door meer naar het leerprocés van de studenten en minder naar de opbouw van de leerstóf te kijken.
Je hoeft je dan echt niet over te leveren aan de grillen van de studenten, maar er wordt nu toch wel érg veel klassiek college gegeven.
De laatste tijd komen
er ook groepjes Chinese studenten naar de Nederlandse universiteiten.
Dat zijn dure reizen
voor die Chinezen en dus willen ze graag value for money. Dus maken
ze eerst een vergelijkend warenonderzoek tussen het aanbod in
verschillende landen en verschillende universiteiten.
Ze willen namelijk in
korte tijd veel nuttige kennis opdoen.
Ik heb gehoord dat dit
op een paar universiteiten de beste stimulans is geweest voor betere
curricula, sinds jaren.
Dus, studenten, of je
nu Chinees bent of Nederlander: stel eisen!
Ga na wat je worden
wil, wat je leren wil, en ga shoppen.
Ook in het buitenland.
Onderwijs is een global market geworden.
Laat de universiteiten
maar voelen wat de tucht van die markt is.
Dwing ze maar tot
vraaggestuurd onderwijs, desnoods met je voeten.
Het hoge
uitvalpercentage komt ook door het alles-of-niets-model.
Je volgt een complete
en samenhangende studie.
Als je er na een paar
jaar achterkomt dat het niks voor jou is kun je helemaal opnieuw
beginnen, aan wat anders. Het is alles of niets.
Universiteiten willen
een compleet zoveeljaarspakket slijten aan achttienjarigen. Als je
wat anders wil – langer uitsmeren, maar één
onderdeeltje, een eigen mix – dan wordt het allemaal erg
moeilijk.
En als je na een
periode van afwezigheid (tijdje werken bijvoorbeeld) weer aan wilt
haken, of specifieke kennis wilt verdiepen, kom je al helemaal
tevergeefs aan de deur.
In plaats van het
alles-of-niets-model pleit ik dus voor een á-la-carte-model.
En dan niet alleen
maar de keuze uit Hollandse prak, stamp of stoofpot, maar laat de
gasten aan tafel zelf het menu maar samenstellen. Maatwerk dus.
In het hele
bedrijfsleven is dat al bekend, dat je maatwerk moet leveren.
Nou het onderwijs nog!
Ons Hoger Onderwijs
zal toch een rol willen spelen in het LevensLangLeren in die
kenniseconomie? Nou, dan kom je echt niet weg zonder een aanbod van
relevante deelopleidingen.
En voor Just in Time
leren zal je ook na moeten denken over passende distributievormen.
Horen we in dat kader
nog wel eens iets van die Digitale Universiteit eigenlijk, of komt
dat pas aan de orde bij een parlementair onderzoek naar de besteding
van de gefourneerde gelden? Laten we dat voorkomen, want als we de
boekhouders in de driversseat dwingen, staat innovatie helemaal op
achterstand..
Terug naar de jonge
schoolverlaters. En naar hun keuzes.
U zult tegenwerpen:
maar de studenten wéten helemaal niet wat ze moeten of willen
leren. Ze wéten nog helemaal niet wat ze later zullen gaan
doen.
Da’s lekker
makkelijk!
Dat doet me denken aan
die vriendin van mij die ook zo werd benaderd door een
computerverkoper: “Ach mevrouwtje, u heeft geen idee wat er
allemaal mogelijk is. Dus neemt u deze nou maar want ik denk dat u
daar wel mee uit de voeten kunt”.
Overigens: hier zit
natuurlijk wél de crux!
Want inderdaad, veel
studenten weten te weinig wat ze na hun studie te wachten staat.
Dus kunnen de
universiteiten ongehinderd opleidingen bedenken. Een aardig oerwoud
is het al geworden.
Studenten moeten om te
weten wat ze te wachten staat eerder en meer rondneuzen in het
bedrijfsleven.
Meer de ramen open
zodat de bedrijven binnen kunnen komen en mee kunnen denken, en meer
mogelijkheden voor studenten om alvast eens een kijkje te nemen in de
beroepspraktijk.
Als de studenten meer
in de bedrijven komen kunnen ze beter aangeven welke studiestof wél
en welke studiestof níet belangrijk is voor hun toekomst.
Studenten kunnen veel
leren tijdens hun stages maar studenten moeten niet de enigen zijn
die er van leren.
Ook de universiteiten
zelf moeten er dus wijzer van worden.
Nu zijn stages nog te
veel een stoplap voor het tekortschietende onderwijs.
Zo van: “Op de
universiteit leren we je denken, tijdens de stage leer je wat je moet
dóen.
Stagebegeleiders in de
bedrijven hebben er genoeg van om de gaten te vullen die de docenten
in hun curricula laten vallen. En ook nog op een koopje.
Toen ik bij BSO werkte
begeleidde ik veel stagiairs die bij ons een jaartje kwamen kijken.
We leerden ze dan van alles, en ze deden ook goed werk voor ons.
Maar soms dacht ik bij mezelf: wat vangen ze daar op die universiteit
ook nog voor dat joch, dat jaar? En waarom zien we die docenten zo
weinig op visite hier? En waarom vragen ze ons niet wat we van de
meegebrachte kennis vinden?
Het is al een paar
jaar terug, deze praktijkervaring, laten we maar hopen dat dat nu
allemaal heel anders is….
Naast stages ben ik
groot voorstander van duaal leren.
Laat studenten maar
één dag per week in een bedrijf werken, naast drie
dagen in de collegebanken. En dan uiteraard wel een beetje
kenniswerk.
Want voor dat werk in
een bedrijf moeten ze gewoon studiepunten kunnen krijgen.
(Voor vakken vullen
ligt dat minder voor de hand)
Dan krijg je vanzelf
overleg over wat ze in zo’n bedrijf dan allemaal leren en over
vereiste competenties voor een bepaald beroep.
Kortom: je moet
situaties creëren waarin bedrijven en universiteiten wel
gedwóngen worden om met elkaar in gesprek te gaan.
Als we het hebben over
stages en duaal leren mik ik dus niet alleen op de studenten.
Ook docenten en
hoogleraren moeten jaarlijks meerdere periodes van een week de
bedrijven in om te kijken wat daar gebeurt: “snuffelklussen”.
(Tussen haakjes: ik
vraag me wel af of veel managers in de bedrijven daar zo blij mee
zullen zijn, maar dat terzijde.)
Om dat te stimuleren wil ik heel concreet een simpele handreiking doen.
Vandaag nog zal ik een afspraak maken met Jacques Schraven van VNO-NCW en met Ed d’Hondt.
Ik wil graag met hen bekijken hoe we een virtuele ontmoetingsplek
kunnen opzetten, op internet, om de “snuffelklussende”
hoogleraren aan leerzame plekken in het bedrijfsleven te helpen.
>> (Terug naar) overzicht publicaties
|